Jullie hebben natuurlijk al een beetje kunnen lezen over hoe het voor mij is om te leven met de labeltjes autisme en NLD en hoe ik hier zo goed mogelijk mee probeer om te gaan.

Maar mijn omgeving speelt daar uiteraard ook een vrij grote rol in, dus ik heb wat mensen in mijn omgeving geïnterviewd: mijn ouders en broertje, mijn vriendinnen, een klasgenoot van mij en mijn mentor en docent om erachter te komen hoe zij nou met mijn labeltjes omgaan en hoe zij dat ervaren.

Enjoy!

Mijn ouders:

  1. Hoe zouden jullie autisme/NLD bij mij in het kort omschrijven?

”We kennen jou niet anders dan zo, we weten niet beter. Je bent gewoon onze dochter met toevallig deze labeltjes, dat maakt ons helemaal niets uit. We hebben er mee te dealen en dat proberen we te doen op de best mogelijke manier. We zijn er ook altijd heel erg open over geweest met jou.”

  1. Hoe is het om ouders te zijn van een dochter met autisme/NLD en hoe gaan jullie daar mee om? Waar lopen jullie vaak tegenaan?

”Af en toe ben je wat onuitstaanbaar als puber. Het is een enorme zoektocht geweest en we hebben er erg veel energie ingestoken om de juiste hulp te krijgen, alleen is dat helaas niet altijd gelukt. Nu probeer ik jou wat meer los te laten, terwijl ik dat eerder heel lastig vond (mijn moeder) en sommige situaties thuis blijven natuurlijk lastig. Bijvoorbeeld de aandacht verdelen tussen je broertje Julian en jou, thuis maar ook op vakantie. Als ouder wil je graag dat je beide kinderen gelukkig zijn. Jouw autisme en NLD heeft invloed op ons hele gezin.”

 3. Hoe konden en kunnen jullie merken dat ik ‘anders’ ben dan andere kinderen?

”Het begon vroeger al met bijvoorbeeld leren fietsen, zwemmen, schrijven en veters strikken. Op de peuterspeelzaal waren er al zorgen over jouw sociaal-emotionele ontwikkeling en dat is de hele schooltijd zo gebleven. Je speelde veel alleen en je praatte weinig buitenshuis (plekken die niet veilig voor jou voelden). Verder ben je een moeilijke eter, maar ook dat heeft te maken met jouw tactiele overgevoeligheid, waar we pas later achter kwamen.”

 4. Wisten jullie al veel over autisme/NLD voordat ik deze diagnoses kreeg en wat hebben jullie gedaan om hier meer over te weten te komen?

”De diagnose autisme heb je pas anderhalf jaar geleden gekregen en de diagnose NLD heb je in groep zeven gekregen en dat was voor ons eerst helemaal onbekend, maar het verklaarde wel een hoop. Het heeft natuurlijk ook raakvlakken met autisme. We hebben ons erin verdiept door veel erover te lezen; boeken en uiteraard ook het internet, door met hulpverleners te praten en door naar lezingen te gaan.” (Mijn moeder heeft een cursus autismevriendelijke coach gevolgd, omdat zij meer te weten wilde komen over overprikkeling).

 5. Vinden jullie dat er veel veranderd is in ons gezin sinds ik deze diagnoses heb gekregen en zo ja, wat dan?

”Er is niet echt veel veranderd, omdat je ons kind bent en wij gewoon van je houden zoals je bent.”

  1. Hoe zouden jullie ons gezin omschrijven?

”Als een veilig, warm en gezellig nest waar iedereen zichzelf kan en mag zijn.”

  1. Hoe is de opvoeding tot nu toe verlopen?

”Met ups en downs en veel zorgen. Maar het is mooi om te zien dat je jezelf zo positief ontwikkelt en uiteindelijk hopen we dat je een zelfstandig leven kunt leiden, waarin je doet waar je gelukkig van wordt.”

 8. Hoe omschrijven jullie mijn schoolcarrière tot nu toe?

”Met veel hobbels en hindernissen. Het heeft veel energie gekost, doordat er veel leerkrachten waren die jou niet begrepen. Op de basisschool zat je in een drukke klas en je kreeg lang niet altijd de aandacht die je nodig had. Achteraf gezien had je misschien beter naar het speciaal basisonderwijs moeten gaan. Pas vanaf de derde klas van het VSO (voortgezet speciaal onderwijs) ging het steeds beter met je en ben je erg gegroeid. We zijn erg blij met de mensen die op je pad zijn gekomen en die jou goed hebben begeleid en dat nu nog doen.”

 9. Wat voor begeleiding hebben jullie allemaal ingeschakeld voor mij en zijn jullie daar tevreden over geweest?

”Diverse hulpverleningstrajecten die niet het gewenste resultaat opleverden, dus we zijn er lang niet altijd tevreden over geweest. Als ouders zijnde hebben we veel zelf moeten uitzoeken. Pas toen er een persoonlijke coach in beeld kwam werd er echt gekeken naar wat je nodig had en ging het langzamerhand beter met je.”

 10. Kunnen jullie makkelijk praten met andere mensen over mijn diagnoses?

”Ligt eraan met wie. Lang niet iedereen begrijpt het en dus zijn we selectief geworden in wie we het vertellen. Ouders die in een vergelijkbare situatie zitten snappen het vaak het beste.”

 11. Hoe zien jullie mijn toekomstperspectief in?

”Wij hopen natuurlijk positief en dat je je sterk voelt door alles wat je hebt meegemaakt en daardoor beter met tegenslagen kunt omgaan. Dat je je hart kan volgen en met de juiste begeleiding je leven kan leiden zoals je dat zelf zou willen. Je wilt het heel graag en je hebt ook al een mooie ontwikkeling doorgemaakt.”

 12. Hebben jullie nog tips/tops voor andere ouders van één of meerdere kinderen met de diagnoses autisme/NLD?

”Gewoon bij jezelf blijven en opkomen voor je kind, want jij kent je kind het beste. Laat je vooral ook niks wijsmaken door anderen, jij weet het als ouder het allerbeste!”

Mijn broertje Julian (13 jaar):

  1. Hoe zou jij autisme/NLD bij mij in het kort omschrijven?

‘’Irritant en moeilijk om ermee om te gaan’’

 2. Hoe is het om het broertje (brusje) te zijn van een zus met autisme/NLD en hoe ga je daar mee om? Waar loop je vaak tegenaan?

‘’Heel moeilijk, omdat je heel veel aandacht trekt en ik ga er mee om door het te negeren.’’

 3. Sinds wanneer voel jij je een brusje? Dus wanneer kwam het besef: ik heb een speciale zus?

‘’Sinds dat je medicatie gebruikt, omdat je toen heel vervelend werd.’’

 4. Heeft het brusje zijn invloed op jouw leven, en zo ja op welke manier?

‘’Ja absoluut, omdat je heel veel aandacht trekt en dat is best vermoeiend en irritant af en toe.’’ 

 5. Ben je weleens boos (geweest) op onze ouders door de thuissituatie?

‘’Ja zeker weten, omdat het dan allemaal om jou draait/draaide.’’

  1. Op welke manier wordt/werd hiermee omgegaan? (Vraag beantwoord door ouders)

‘’Door zoveel mogelijk dingen te doen en aandacht te geven één op één. Dat is soms best lastig, omdat jij zoveel wil zeggen en er dan doorheen praat als wij bijvoorbeeld met Julian in gesprek zijn.’’

 7. Met wie deel(de) jij jouw gevoelens als brusje?

‘’Met onze ouders.’’

8. Voel(de) jij je anders dan jouw vrienden omdat je een brusje bent?

‘’Nee, omdat ik hun thuissituatie niet ken.’’

 9. Hoe zou jij ons gezin omschrijven?

‘’Gezellig en soms ook irritant.’’

10. Heb je je weleens geschaamd voor je zus? En zo ja, waarom?

‘’Ja, omdat je ging huilen en schreeuwen dat je weg wilde als wij op vakantie waren en dan ergens naartoe gingen, omdat dan niet alles duidelijk voor je was.”

11. Ben je weleens jaloers (geweest) op je zus? En zo ja, waarom?

‘’Nee, absoluut niet.’’

12. Wat maakt dat jij trots bent op jouw zus?

‘’Dat je het toch ver hebt geschopt en je eind augustus bent begonnen met de opleiding mediaredactie, waar het nu heel goed gaat.’’

13. Had je liever een ‘normale’ zus gehad? Waarom wel/niet?

‘’Weet ik niet, omdat ik het lastig vind om daarover te oordelen, aangezien ik geen idee heb hoe het is als je een ‘normale’ zus hebt.’’

  1. Wat vind je het moeilijkste aan een brusje zijn?

‘’Dat je vaak alle aandacht trekt en opeist.’’

 15. Wat vind je het leukste aan een brusje zijn?

‘’Dat je soms prettig gestoord bent.’’

16. Hoe zie jij jouw toekomst als brusje?

‘’Ik hoop dat we een hele leuke en sterke band houden.’’

17. Welke tips heb jij voor andere brusjes?

‘’Gewoon het aandacht vragende gedrag negeren en voor zover dat mogelijk is erover praten met je ouders.’’

Een paar van mijn beste vriendinnen Yvanka (15 jaar) en Nadia (16 jaar), beste vriend Mika (16 jaar) en een klasgenoot Delyse (17 jaar):

Yvanka:

1. Hoe zou jij autisme/NLD bij mij in het kort omschrijven?

”Een goede vraag, ik denk goed want ik kan super goed met je omgaan, omdat ik zelf ook autisme heb.”

2. Hoe is het om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en hoe ga je daar mee om? Loop je nog ergens tegenaan?

”Eigenlijk superleuk, want autistische kinderen zijn beter in denken en doen dan niet- autistische kinderen.”

3. Hoe kun je merken dat ik ‘anders’ ben dan andere vrienden/vriendinnen?

”Omdat je mij begrijpt en je beter met volwassenen kunt omgaan dan met jongeren.”

4. Vind je het soms moeilijk om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en zo ja, waarom?

”NEE TOTAAL NIET!”

5. Heb je al eerder ervaring gehad met autisme/NLD in je directe omgeving of was dit de eerste keer?

”Ja veel vaker, omdat ik het zelf dus ook heb.”

6. Wat vind je er leuk aan om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en waarom?

”Dat ik goed met je kan praten en ik je goed kan helpen (en jij mij).”

7. Wat vind je minder leuk en waarom?

”NIETS.”

8. Heb je nog tips voor mij en zo ja, welke?

”Gewoon schijt hebben, dit klinkt misschien wel heel grof, maar het werkt echt! Ik heb bijvoorbeeld al twee keer (in totaal drie keer) een scooter theorie-examen gemaakt bij het CBR in Utrecht die ik beide niet heb gehaald, omdat ik té zenuwachtig deed en nu heb ik het laatst weer gedaan en had dus toen schijt eraan en slaagde met 6 (!) fouten. Dus geloof me, het werkt echt!” 

Nadia:

1. Hoe zou jij autisme/NLD bij mij in het kort omschrijven?

”NLD is een Non Verbale Leerstoornis en bij jou kun je het vooral merken aan het feit dat je dingen erg letterlijk neemt en erg gevoelig bent.”

2. Hoe is het om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en hoe ga je daar mee om? Loop je nog ergens tegenaan?

”Fijn, eindelijk iemand die begrip heeft voor waar ik doorheen ga.”

 3. Hoe kun je merken dat ik ‘anders’ ben dan andere vrienden/vriendinnen?                                                                                                                                                                             ”Je bent erg gevoelig en bent sneller overprikkeld, maar dat is geen probleem want dat kan altijd opgelost worden.”

 4. Vind je het soms moeilijk om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en zo ja, waarom?                                                                                                                                                                   

”Niet echt, ik kan me wel voorstellen dat sommige mensen moeite hebben met communicatie of contact leggen, omdat ze bang zijn voor het onbekende (al willen ze het niet toegeven).”

 5. Heb je al eerder ervaring gehad met autisme/NLD in je directe omgeving of was dit de eerste keer?                                                                                                                                                               

”Ja, ik heb vriendinnen met autisme en heb zelf ook NLD. Daarbij heeft één van mijn beste vriendinnen ADHD en haar broers PDD NOS en ADHD.”

 6. Wat vind je er leuk aan om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en waarom?       

                                                                                                                                                                   ”Ze zien de wereld heel anders en toch hetzelfde. Je leert dingen uit een andere hoek te bekijken en leert jezelf in te leven. Daarbij zijn mensen met autisme en/of NLD vaak gevoeliger en super lief.”

 7. Wat vind je minder leuk en waarom?                                                                                                                                                                                                                                       

”Wat minder leuk is, is het feit dat communicatie soms wat lastiger gaat, maar dit is altijd wel op te lossen.”

8.  Heb je nog tips voor andere vrienden/vriendinnen van iemand met autisme        /NLD?

”Probeer er rekening mee te houden en lees je eventueel wat in over autisme en/of NLD. Praat met de persoon om erachter te komen wat hij/zij goed kan en wat minder goed gaat, zodat je persoonlijk rekening ermee kan houden. Blijf daarbij wel altijd erop letten dat wij ook maar mensen zijn en fouten kunnen maken, behandel ons niet heel anders maar heb wel respect en probeer contact te leggen/onderhouden, want dit is erg fijn. Misschien is de stille persoon met autisme wel een geweldige meid, maar gewoon verlegen en heeft deze persoon moeite met contact maken.

Contact maken is één van de dingen die over het algemeen moeilijker gaat voor mensen met een extraatje in het autistisch spectrum. Het is dan misschien wel moeilijker om contact te maken, maar vaak houd je er wel sterkere vriendschappen aan over. Probeer ook zoveel mogelijk met woorden uit te leggen, want dit is een stuk duidelijker dan als je gezichtsuitdrukkingen of gebaren daarvoor gebruikt.”

Mika:

1.     Hoe zou jij autisme/NLD bij mij in het kort omschrijven?

”Ik zou het niet weten, ik let er niet eens op en ik ben eraan gewend geraakt, maar als ik het zou moeten proberen: het is te merken doordat je dingen anders opvat dan hoe ze gezegd worden en je wat stiller bent dan ‘normaal’. ”

2. Hoe is het om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en hoe ga je daar mee om? Loop je nog ergens tegenaan?

”Op zich leuk hoor ik ben eraan gewend geraakt en het valt niet eens meer op. In het begin is het wat lastiger, dan moet je erop letten dat het duidelijk is hoe je iets bedoelt, maar ik let er niet eens meer op en het gaat goed.

3. Hoe kun je merken dat ik ‘anders’ ben dan andere vrienden/vriendinnen?

”Die zijn allemaal een stuk drukker en bij jou moet ik wat meer duidelijk zijn.”

4. Vind je het soms moeilijk om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en zo ja, waarom?

”Nee, je raakt eraan gewend en één van mijn beste vrienden Robin heeft het ook en daarbij gaat het ook goed; je let er gewoon niet op als je een persoon langer kent, omdat ze dan wel begrijpen wat je bedoelt dus ikzelf merk het niets eens meer.”

5. Heb je al eerder ervaring gehad met autisme/NLD in je directe omgeving of was dit de eerste keer?

”Ja, zoals ik eerder al zei heeft bijvoorbeeld één van mijn beste vrienden Robin ook autisme.”

6. Wat vind je er leuk aan om een vriend/vriendin te zijn van iemand met autisme/NLD en waarom?

”Op zich merk je het niet eens, het gaat er bij mij meer om hoe de persoon zelf is.”

7. Wat vind je minder leuk en waarom?

”Je kan dingen soms te letterlijk nemen als ik bijvoorbeeld wat zeg.”

8. Heb je nog tips voor andere vrienden/vriendinnen van iemand met autisme/NLD?

”Ja, gewoon mee om blijven gaan het valt je uiteindelijk niet eens meer op.”

Delyse:

1.     Hoe zou jij autisme/NLD bij mij in het kort omschrijven?

”Autisme zou ik bij jou in het kort omschrijven als dat je erg goed bent in Nederlands, je wil heel graag bij de groep betrokken zijn, ook al vind je het heel moeilijk en heb je soms een duwtje in de goede richting nodig.”

2. Hoe is het om een klasgenoot te zijn van iemand met autisme/NLD en hoe ga je daar mee om? Loop je nog ergens tegenaan?

”Ik vind het niet raar of wat dan ook, want mijn vader en broertje hebben ook autisme dus ik heb geleerd om ermee om te gaan. Ik weet wat een bepaalde situatie voor iemand met autisme is, hoe ze het ervaren en hoe je het makkelijker kan maken.”

3. Hoe kun je merken dat ik ‘anders’ ben dan andere klasgenoten?

”Ik vind vooral dat je het kan merken aan dat je je in kleine groepen prima kan redden, alleen in wat grotere groepen is het lastiger. Ook reageer je op een bepaalde manier en heb je bepaalde manieren wat je doet waaraan je het kan merken.”

4. Vind je het soms moeilijk om een klasgenoot te zijn van iemand met autisme/NLD en zo ja, waarom?

”Ik vind het soms moeilijk, maar dat is meer omdat niet alle ervaringen met autisme zo leuk en prettig zijn. Je herinnert me soms aan die momenten. Maar ik vind het niet moeilijk dat jij het hebt, omdat ik het snap van hoe en wat en waarom je op een bepaalde manier reageert.”

5. Heb je al eerder ervaring gehad met autisme/NLD in je directe omgeving of was dit de eerste keer?

”Ja, zoals eerder gezegd, hebben mijn vader en broertje ook autisme. Bij mijn vader was er niks goeds aan, hij had enorm veel problemen. Ik zorg veel voor mijn broertje en zusje, dus je krijgt veel ervaring ermee, maar het is erg veel en helemaal als je nog maar 9 á 10 jaar bent. Zelf heb ik kort geleden gehoord dat ik een lichte vorm van autisme heb en dat ik het door middel van mijn hoge intelligentie met trucjes mezelf heb aangeleerd. Vooral de sociale aspecten waar mensen met autisme juist problemen mee hebben.”

6. Wat vind je er leuk aan om een klasgenoot te zijn van iemand met autisme/NLD en waarom?

”Ik vind het vooral leuk dat je het zo goed doet in de klas. Je komt redelijk goed mee en ik weet hoe moeilijk dat is. Ook heb ik gezien wat voor stress het met zich meebrengt en wat de reactie daarop is, dan vind ik dat je het echt erg goed doet en alles zo goed mogelijk handelt en aan kan. Niet iedereen kan het, dus daar mag je trots op zijn.”

7. Wat vind je minder leuk en waarom?

”Het minder leuke heb ik beschreven bij 4. Ik herinner me dan die minder leuke momenten. Dan wordt het een beetje veel als je zowel thuis als op school ermee moet omgaan.”

8. Heb je nog tips voor andere klasgenoten van iemand met autisme/NLD?

”Ja, ik wil mee geven dat je geduld moet hebben met mensen met autisme. Snap dat ze alles horen en dat ze geluiden niet kunnen wegfilteren. Alles komt heftiger aan en dat moeten ze verwerken. Daardoor reageren ze vaak pas later dan anderen.”

Mijn mentor en docent Jan (absoluut de beste ooit!) :

1. Hoe zou jij autisme bij mij in het kort omschrijven?

”Zo, dit is me even een moeilijke vraag meteen. Die bewaar ik tot het eind. Dan kan ik er nog even over nadenken.”

2. Heb je al eerder ervaring gehad met autisme of was dit de eerste keer?

”Werk technisch is dit de eerste keer. Ik ben nog maar kort docent en heb hiervoor wel met autisten (“BZZZZZZT, fout! Mensen met een stoornis in het autistisch spectrum.” Ik weet het, autist is simpelweg korter, die vrijheid neem ik) gesproken en gevoetbald, maar niet mee gewerkt.”

3. Hoe is het om een student met autisme in je (mentor)klas te hebben en hoe ga je daar mee om?

”Uitdagend. Omdat het mijn eerste ervaring er mee is. Dat levert extra werk op: ik moet me inlezen en onderzoeken hoe ik met autisme in de klas moet omgaan. En dan moet ik onderzoeken hoe het bij de student individueel is. Want da’s het eerste wat je tegenkomt: autisme heeft veel verschillende vormen en is bij iedereen anders. Maar begrijp me niet verkeerd: uitdagend is een positieve woordkeus. Ik vind het wel interessant om te onderzoeken wat werkt en wat niet. Ik vind het wel goed dat ik erg moet letten op dingen als prikkels, groepswerk, rustmomenten en dynamiek.”

4. Krijg je vanuit jouw opleiding/werkgever Aventus lessen of cursussen in het omgaan met deze studenten, zo niet had je dat gewild?

”Nu nog niet, maar dat is wel een wens voor over een jaar ofzo. Ik ben nu nog bezig om mijn getuigschrift te halen, zodat ik docent mag zijn op een mbo, en daar ben ik net vandaag (woensdag 12-12) de module passend onderwijs gestart. Dus ik leer terwijl ik doe.”

5. Zo niet, heb je je voorbereid erop en zo ja hoe? Heb je je ergens in verdiept en doe je dat nog steeds?

”Ik heb me er zéker in verdiept. Verschillende boeken gelezen erover en vooral ook websites gelezen (want actueler vaak). Vervolgens ben ik in gesprek gegaan met leerlingbegeleiders, ik heb vragen gesteld aan een bevriende psycholoog en ervaren docenten. En ten slotte heb ik de grootste schat aan informatie gekregen door gewoon met jou te gaan praten, Eva.”

6. Maak je differentiatie in je lessen en zo ja hoe?

”Differentiëren doe ik wel, maar het kan altijd beter. Maar ik houd goed in de gaten wat en waarom ik het doe. Ik kan niet alles van mijn lessen gaan aanpassen om het naar de zin te brengen van één student. Het is passend onderwijs en geen persoonlijk onderwijs. Je had eens een vraag voor twee nogal extraverte medestudenten. Je vroeg of ik die vraag wilde stellen. Dat wilde ik niet. Je moet het zelf doen. Ik kan je de deuren wijzen, maar je zult er zelf doorheen moeten lopen (Gejat uit The Matrix).”

7. Wat vind je van passend onderwijs en is dit een stap in de juiste richting voor studenten met autisme, denk je?

”Ik vind passend onderwijs een goede stap in de juiste richting voor alle studenten. Alle studenten met autisme in één hok vind ik net zo’n slecht idee als getto’s. Dat kan niet anders worden dan een snelkookpan, waar onvermijdelijk een vlam in de pan slaat. En misschien wel het belangrijkste: het onbegrip van ‘gewone’ leerlingen wordt dan alleen maar groter. Iedereen moet met iedereen om kunnen gaan. Dat kan alleen maar gebeuren als iedereen met iedereen om gaat.”

8. Waar let je op of wat doe je anders bij deze studenten dan bij studenten zonder autisme?

”Ik ben eerder geneigd even een keer extra te vragen hoe het gaat. Ik probeer dat te doen op momenten dat we even de rust en de tijd hebben om even te praten. Verder niet echt gek veel meer. Ik probeer juist ervoor te zorgen dat ik aanpassingen doe in mijn lessen waar alle studenten iets aan hebben. Dat betekent dus extra rustmomenten, duidelijke communicatie, af en toe andere werkvormen (voor de hele klas) en goede evaluatiemomenten. Verder weet ik dat ik extra en betere structuur moet aanbrengen in mijn lessen, maar dat vind ik nog lastig om consequent toe te passen.”

9. Heb je nog tips voor andere docenten/mentoren in het reguliere onderwijs die ook te maken hebben met studenten met autisme?

”Práát met de studenten in kwestie. Iedere persoon met autisme is anders. Vraag wat ze hebben, willen en vooral kunnen en kijk dan wat je daar mee kunt doen. Hoe kun je het ze comfortabel maken? Wat moet je doen om ze te leren samenwerken met anderen? Waar liggen de krachten? Hoe kunnen we om de zwaktes heen werken? Hoe denken ze zelf de opleiding te gaan halen en wat is de rol van de leraar daar in? Maar dat geldt niet alleen voor studenten met autisme. Daar worden alle studenten beter van.”

 En tot slot nog vraag:

  1. Hoe zou jij autisme bij mij in het kort omschrijven?

”Ik neig er naar je eerste indicatie van NLD meer te omarmen dan ‘gewoon autisme’. Je bent erg gefocust, gestructureerd en bent gevoelig voor prikkels. Je hebt moeite met groepsdynamiek en jezelf presenteren. Je cijfert jezelf vaak ten onrechte weg. Want tegelijkertijd ben je al een redelijk goede schrijver, heb je uitstekend kennisniveau en snap je de lesstof goed. 

Maar let op. Dit mogen dan misschien kenmerken zijn waaraan je wellicht autisme/NLD zou kunnen herkennen. Dit is niet wie jíj bent. Jij bent meer dan dit.”

Ik vind het echt heel erg grappig om te lezen hoe verschillend mijn omgeving dit alles ervaart en hoe zij er mee omgaan, omdat je daar normaal gesproken eigenlijk helemaal niet bij stilstaat.

Iedereen heel erg bedankt voor zijn/haar bijdrage aan deze interviews!

Kennen jullie ook iemand in jullie omgeving met autisme of toevallig ook NLD? Zo ja, hoe gaan jullie hier mee om en hoe ervaren jullie dit? Laat het mij weten in de comments hieronder!

Liefs Eef

Hoi! Ik ben Eva, 17 jaar oud en sinds augustus 2018 een trotse eerstejaars mediaredactie student. Er is nog iets 'bijzonders' aan mij: ik heb namelijk autisme en NLD, dit zijn twee onzichtbare 'labels' die je dus niet direct aan mij kunt zien. Op mijn blog livewithlabels.nl wil ik laten zien hoe het is om te leven met autisme en NLD, mensen en lotgenoten inspireren met mijn verhaal en zorgen voor meer bekendheid, openheid en begrip in de samenleving dat er op zich wel is, maar nog meer kan worden!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *